Zo in de avond schemering zie je opeens een rimpeling in het water. Een klein koppie en een kronkelende staart; de muskusrat. Bang zijn ze niet, wel extreem voorzichtig. Als ze je zien in de vliet duiken ze weg en zwemmen ze onder water naar hun schuilplaats. Dat de muskusrat geen vriend is van de waterschappen mag genoegzaam bekend zijn. De beestjes graven zich in dijken en kades, maken daar een nest en hebben jongen bij de vleet. Dat deze rat eigenlijk een grote woelmuis is, is minder bekend. Net zo goed als dat het beestje bij onze zuiderburen als delicatesse op het menu staat.

Laten we eerlijk zijn: de muskusrat heeft een pr-probleem. Het beest heet rat, terwijl het eigenlijk een woelmuis is. Het stinkt naar musk, terwijl dure parfums er grif geld voor over hebben. En het graaft ondergrondse gangen in onze dijken waar menig architect zijn vingers bij zou aflikken. En toch: niemand houdt van de muskusrat. Behalve andere muskusratten, en die doen dat dan ook met verve — het beest is in staat om maar liefst drie à vier nesten per jaar te produceren, met vijf tot zeven jongen per keer. De muskusrat is, met andere woorden, een beest met een missie.
Van Canada via de bontjas naar de Nederlandse polder
De muskusrat is geen Nederlander van geboorte. Het dier — wetenschappelijke naam Ondatra zibethicus, voor wie er indruk mee wil maken op verjaardagen — komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. Begin twintigste eeuw werd het naar Europa gehaald voor de bontkwekerij. Een goed idee, dacht men. De vacht was gewild, het dier was productief, en wat kon er misgaan?
Nou, dat.
Enkele exemplaren ontsnapten in Tsjechië, en de rest is geschiedenis — letterlijk. De muskusrat verspreide zich als een lopend vuurtje over Europa en arriveerde in de jaren veertig in Nederland. Het land met de meeste dijken ter wereld. Het land dat, geologisch gezien, eigenlijk gewoon een grote moddervlakte is die we met kunst en vliegwerk droog houden. De muskusrat moet zijn ogen niet hebben kunnen geloven.
Een graaftalent dat niemand besteld heeft
Een volwassen muskusrat is zo’n dertig tot veertig centimeter lang, weegt een kilo of anderhalve, en is in het water een atleet van formaat. Maar het echte talent zit ondergronds. De muskusrat graaft gangen van soms wel drie meter diep in dijken en kades. Van buitenaf is er niets te zien — totdat de dijk het begeeft. In een land waar een groot deel van de bevolking al onder zeeniveau woont, is dat geen kleinigheid.
Het waterschap heeft dit begrepen. Sterker nog: er zijn in Nederland speciale muskusrattenbestrijders in dienst, mannen en vrouwen die dagelijks door de polder trekken met een scherp oog, een paar stevige laarzen en engelengeduld. Hun vijand is slim, vruchtbaar en heeft de tijd. Zij ook, zij het dat ze er geen drie nesten per jaar bij krijgen.
Een bureaucratisch dilemma
Grappig genoeg geniet de muskusrat in veel landen bescherming als invasieve exoot — beschermd tegen de bontindustrie die hem hier naartoe haalde, maar niet tegen de vangkooien van het waterschap. In Nederland is de bestrijding het hele jaar door toegestaan, want de schade aan waterkeringen is geen theoretisch risico maar bittere realiteit. Jaarlijks worden er tienduizenden gevangen. En toch: elk jaar zijn er weer meer.
De muskusrat lacht — of het muskusrat-equivalent daarvan, wat waarschijnlijk een zacht gorgelend geluid is terwijl hij zijn nieuwe gang uitgraaft — en gaat gewoon door. Meer jongen. Meer gangen. Meer dijken. Meer schade.
Het zoetwater konijn
Wie dacht dat de muskusrat alleen maar ellende brengt, heeft buiten de Belgen gerekend. Onze zuiderburen hebben namelijk, met de culinaire nuchterheid die hen siert, de muskusrat schlicht omgedoopt tot “zoetwater konijn” — en hem vervolgens op het menu gezet. In sommige Waalse restaurants geldt het dier als een ware delicatesse. Gestoofd in bier, uiteraard. Met een sausje van tijm en jeneverbessen. Geserveerd met een glas Trappist, bijvoorkeur West-Vleeteren, dat spoelt zo heerlijk weg.
De muskusrat, zo blijkt, smaakt verrassend goed. Het vlees is donker, mals en heeft — mits goed bereid — weinig van de naam die het dier in Nederland heeft opgebouwd. Geen enkele gast die zijn bord leeg heeft, vraagt nog of het beest soms dezelfde is die de dijken ondermijnt.
Wat te doen als u hem tegenkomt?
Ziet u een muskusrat langs de slootkant zitten, met die donkerbruine vacht, die robuuste kop en die ietwat minachtende blik? Bewonder hem gerust een moment. Het is tenslotte een opmerkelijk dier. Een dier dat van een bontjas ontsnapte, een heel continent veroverde en nu rustig uw dijk ondermijnt terwijl u naar hem staat te kijken.
Maar bel daarna toch maar even het waterschap: 030 – 634 57 00. Ze weten wat te doen. Ze doen niet anders.
De muskusrat is beschikbaar in uw slootkant, het hele jaar door, zeven dagen per week. Het waterschap ook — bereikbaar op 030 – 634 57 00.
Lezers: 320
