Wie over de kaden en paden van de Weipoort loopt, wandelt eigenlijk door een openluchtmuseum. Nergens anders in Nederland vind je dit open polderlandschap gecombineerd met een driedubbele lintbebouwing: drie evenwijdige linten huizen en boerderijen langs water en weg, geflankeerd door weilanden, doorsneden door eeuwenoude kerkepaden. Die combinatie is uniek, en maakt de Weipoort en haar polders tot een van de wezenlijk belangrijke dragers van de cultuurhistorie van Zuid-Holland.

Om die geschiedenis zichtbaar en toegankelijk te maken, is de monumentenkaart van de Weipoort samengesteld. Op deze kaart staan de zogeheten Buurtschapsmonumenten: plekken, gebouwen en landschapselementen die – soms heel bescheiden, soms nauwelijks nog zichtbaar – iets vertellen over het ontstaan en de ontwikkeling van het buurtschap en haar polders. Elk monument krijgt zijn eigen korte vertelling: een verhaal dat de plek weer tot leven brengt. Sommige verhalen zijn al uitgeschreven, andere wachten nog op nader onderzoek. De lijst is dan ook geen afgesloten geheel: hij groeit mee met nieuwe kennis en zal met de tijd worden aangevuld, zowel met nieuwe locaties als met ontbrekende vertellingen.
Naast de Buurtschapsmonumenten is er in de omgeving nog een indrukwekkende laag bescherming: liefst 32 rijksmonumenten sieren de Weipoort. Dat aantal is voor een buurtschap van deze omvang uitzonderlijk, en onderstreept nog eens hoe rijk dit stukje polderland aan geschiedenis is. Ook deze gemeentelijke en rijksmonumenten kunnen op de kaart worden weergegeven, zodat in één oogopslag zichtbaar wordt hoe de officiële monumentenzorg en de kleinere, informele buurtschapsverhalen elkaar aanvullen.
Hieronder volgt een tocht langs de monumenten zoals ze nu op de kaart staan, gegroepeerd rond de thema’s die de Weipoort haar karakter geven: de kerkepaden, het water, de linten en herbergen, het ontstaan van het polderlandschap, en de sporen van rampspoed en verzet.
De drie kerkepaden
Geen ander element vertelt zo direct over het dagelijks leven van vroeger als de kerkepaden: de binnendoor-weggetjes over kaden en dwars door de weilanden, aangelegd om de gang naar de kerk – met lauden, noon en vespers een vast onderdeel van het leven – zo kort mogelijk te houden.
B1 – Gelderswoudse kerkepad. Het oudste van de drie kerkepaden in de Zoeterwoudse broekpolders. Al in 1276, toen Dirk van Santhorst de rechten van het Ambacht Zoeterwoude verkreeg, is op de oudst bekende kaart van dat ambacht de Lange Kercklaen te zien, naast de Kerckvaert, gelegen tussen de Hemel en de Otwegh (of Ommedijck) – de plek die we nu kennen als Uiterdijk. Het kerkje waaraan laan en vaart hun naam ontlenen, was gewijd aan Lebuinus. Waar het precies heeft gestaan, is in de nevelen van de geschiedenis verdwenen, maar alles wijst erop dat het aan het einde van de Weipoort moet zijn geweest, bij het Kerkepad en de Kerkvaart.
B2 – Kleine kerkepad. Het kortste van de drie, gelegen tussen de Zuid-Buurt en de Noord Aa, waar het de route over de vroegere Ommedijk langs de oever kruist. Al in de zestiende eeuw stond deze binnendoor-weg op de kaarten van het ambacht. Over het onderhoud van dit pad werd zo fel gestreden dat de discussies begin twintigste eeuw regelmatig de kranten haalden.
B3 – Grote (Lange) kerkepad. Het jongste van de drie, leidde naar de schuilkerk aan de Zuidbuurt en was voor de bewoners van het Zuideinde van de Weipoort onmisbaar voor de kerkgang. Het pad heeft het bijna niet gered: bij de woningbouwprojecten rond de Zuidhof en de latere Zonnegaard lag een weg naar de Weipoort in de planning die het kerkepad zou opofferen. Een begrotingstekort van de gemeente strooide roet in het eten van dat plan – en redde daarmee, bij toeval, een stukje middeleeuwse infrastructuur.
Rond het water
Water bepaalde eeuwenlang waar mensen konden wonen, reizen en handel drijven – en de Weipoort ligt vol sporen daarvan.
B7 – De Geus. Op deze plek herinnert een gevonden geuzenanker aan een dramatisch moment uit 1574. “De Prins, de Prins” ging als een lopend vuurtje over de schepen van de geuzenvloot die vastzat in de Noord Aa: Willem van Oranje bracht een bezoek om de geuzen moed in te spreken. Hij had de landscheiding bij Gouda en de dijken langs de Hollandse IJssel laten doorsteken om de Spanjaarden met water te verdrijven. Dat lukte pas begin oktober 1574, toen een stevige noordwestenwind het water snel genoeg deed stijgen om de Spaanse verschansingen te laten onderlopen – waarna de vloot eindelijk kon doorvaren.
B10 – Rotterdamse wedde. Staand op de Bommelbrug en kijkend naar het noorden, ziet u het smalste stukje van de Weipoortse vliet. Rond 1800 behoorde het water hier toe aan de stad Rotterdam, en lag er, tussen de oude kastanje en het pad aan de overkant, een wedde: een doorwaadbare plaats. Deze Rotterdamse wedde – vernoemd naar de eigenaar van het water en gelegen op de route naar Rotterdam – gaf ook haar naam aan het Weddepad. De route liep in vroeger eeuwen langs de grote meren die door veenafgraving waren ontstaan.
B11 – De Kleine Wedde. Het kleinere zusje van de Rotterdamse wedde, verderop langs dezelfde route.
B5 – Het Gemaal. Ooit een onmisbare schakel in het droog houden van de polder – het bemalingswerk dat het overtollige water uit de laaggelegen percelen naar de boezem bracht. Nu rest nog een ruïne van het eens fiere gemaal overgenomen door de natuur.
Linten, herbergen en handel
B9 – Gekroonde Muscadel. Op de route van Rotterdam naar Leiden lag in de Weipoort een herberg en uitspanning waar de vermoeide reiziger terechtkon: de Gekroonde Muskadel, genoemd naar de beroemde wijndruif. Hier kon men niet alleen overnachten, maar ook een balletje kaatsen op de kaatsbaan of genieten van een goed glas wijn. Het was, kortom, goed toeven in de Weipoort.
B14 – Café Dolle. Een van de café’s die het sociale leven in het lint eeuwenlang kleur gaven.
B13 – Het Bakkershuis. Getuige van de kleinschalige, lokale bedrijvigheid die het lint tot een levendige gemeenschap maakte.
B8 – Vrouw Ammerlaan. Een plek verbonden aan een van de families die het gezicht van de Weipoort mede hebben bepaald.
B4 – Brandweerpost. Herinnering aan de tijd dat de bestrijding van brand in het buurtschap lokaal georganiseerd was.
B6 – Kerkschaap. Een naam die verwijst naar het agrarische en kerkelijke leven dat eeuwenlang hand in hand ging in de polder.
Het ontstaan van het polderlandschap
B12 – Oer Holland / Buitendijks. De Zoeterwoudse polders zijn ontstaan uit de ontginning van veen dat sinds de laatste ijstijd tot wel twee meter boven zeeniveau was gegroeid. Eerst werden lange, rechte sloten gegraven, zodat het water vanzelf wegliep; toen dat niet meer volstond, kwamen er dijken en molens om te bemalen. Een bijzondere kunstgreep was het buiten de dijk houden van bepaalde percelen – daarover hoefde namelijk geen polderlast te worden betaald. De uiteinden van die percelen zijn nu nog te herkennen als geriefbosjes voor brandhout, of als een enkel eilandje in de Weipoortse vliet waarop een huis werd gebouwd.
B15 – Suetan, de Uiterdijk. Deze verhoging in het landschap is al eeuwenlang een toevluchtsoord voor droge voeten in een verder moerasachtig gebied. Terwijl de eerste bewoners van Zoeterwoude zich vooral langs de Rijn vestigden, trokken sommigen dieper het land in om te ontkomen aan de invallen van de Noormannen, die vanaf ongeveer het jaar 700 de Europese kusten teisterden. Documenten van het Bisdom Utrecht laten zien dat hier drie hoeven in bezit waren. De oude kerkepaden en de kerkvaart, waarvan hier nog restanten te vinden zijn, wijzen erop dat op deze plek ooit een kerk moet hebben gestaan – sporen van lang vervlogen tijden.
B16 – De voormalige Kerckwegh / De Nieuwe weg. Op de dijk die de grens vormt tussen de Westbroek en de grote polder – nauwelijks nog waarneembaar – ontstond ooit de weg naar Zoeterwoude, vooral gebruikt door de heren van Swieten voor hun kerkgang. Vandaar de naam: de Kerkweg. Het bewijs daarvoor is niet alleen te vinden op de oude kaarten van het Ambacht Zoeterwoude, maar ook in de verslagen rond 3 oktober, toen de Kerkweg moest worden doorgebroken om de geuzen een doorvaart naar Leiden te geven. De herstelde weg draagt inmiddels al ruim 450 jaar de naam Nieuwe weg.
B17 – Steilrand. Dat het Hollandse landschap sterk door mensenhanden is gevormd, is geen nieuws – en de steilrand van Leidschendam tot Alphen aan den Rijn is daar een treffend voorbeeld van. De rand ontstond langs veenafgravingen en grote droogmakerijen, als restant van de Noordplas, die zich ooit uitstrekte van Zoeterwoude tot Boskoop en de Rotte bij Moerkappelle. Toen de Noordplas tussen 1764 en 1768 werd drooggemaakt, raakte het Gelderswoudse kerkepad in tweeën gedeeld: een oud en een nieuw gedeelte.
Rampspoed en veerkracht
B18 – Pestbosjes. Het boerenbedrijf was en is van wezenlijk belang voor de streek – denk alleen al aan de beroemde Leidse kaas, die zelfs lange zeereizen goed doorstond en hier in de omgeving werd ontwikkeld. De veestapel was dan ook altijd een bron van zorg. De miltvuurepidemie van 1768 trof ook Zoeterwoude hard: ruim 1500 runderen bezweken in de omgeving, een ware ramp voor de betrokken boeren. Besmette dieren mochten niet worden vervoerd en werden met ongebluste kalk op het eigen erf begraven. Om verdere besmetting te voorkomen, groef men een sloot rond de massagraven; de natuur zorgde vervolgens zelf voor begroeiing met bomen. Het resultaat zijn de pestbosjes die de omgeving tot op de dag van vandaag rijk is.
Een levend document
De monumentenkaart van de Weipoort is nadrukkelijk geen afgerond project. Sommige plekken – zoals de Brandweerpost, het Gemaal, Kerkschaap, Vrouw Ammerlaan, De Kleine Wedde, Het Bakkershuis en Café Dolle – wachten nog op een uitgebreidere vertelling. Naarmate meer archiefonderzoek wordt gedaan en meer verhalen van bewoners worden opgetekend, zal de kaart verder worden aangevuld. In de kaart zijn ook de gemeentelijke en rijksmonumenten opgenomen. Ook deze zullen voorzien worden van de nodige vertellingen.
Zo groeit de monumentenkaart uit tot wat hij wil zijn: een venster op de geschiedenis van een buurtschap dat, met zijn open polders, zijn drievoudige lint en zijn 32 rijksmonumenten, terecht mag gelden als een van de rijkste cultuurhistorische landschappen van Zuid-Holland.
De monumentenkaart vindt u onder Toerist Info
Lezers: 537
