Een half uur stilzitten en kijken naar de tuin lijkt weinig spectaculair, maar in de Weipoort levert het een verrassend levendig beeld op. Dat blijkt uit de onlangs gepubliceerde resultaten van de Nationale Tuinvogeltelling. In het laatste weekend van januari telden bewoners hun tuinvogels, en de uitkomsten laten zien dat de buurt meer is dan een rij huizen in de polder: het is een rijk leefgebied waar mezen, mussen, parkieten en zelfs roofvogels elkaar ontmoeten. De gezamenlijke tellingen geven niet alleen een ranglijst, maar ook een inkijkje in hoe het landschap van de Weipoort door vogels wordt gebruikt – en waarom juist hier zoveel soorten samenkomen.
Elk jaar in het laatste weekend van januari kijken duizenden Nederlanders een half uur lang naar hun tuin voor de tuinvogeltelling georganiseerd door Vogelbescherming Nederland en Sovon. Het idee is eenvoudig: tel welke vogels je ziet en hoeveel. Al die kleine waarnemingen samen geven een verrassend goed beeld van hoe het met de vogels in ons land gaat.

Ook in de Weipoort werd dit jaar weer enthousiast meegeteld. Verschillende bewoners langs het lint hielden hun eigen telling in de tuin. Als je die vijf tellingen samenvoegt, ontstaat een mooi beeld van de wintervogels in ons buitengebied. En dat beeld vertelt tegelijk iets over het karakter van het landschap waarin we wonen.
De mezen bovenaan
Net als in veel andere delen van Nederland worden de eerste plaatsen ingenomen door pimpelmees en koolmees. Samen vormen ze veruit de grootste groep waargenomen vogels. Dat is niet verrassend. Mezen zijn echte tuinvogels die graag gebruik maken van voederplekken, struiken en bomen in tuinen.
De Weipoort is voor deze soorten een ideaal leefgebied. Het lint bestaat uit een afwisseling van woningen, erven, oude bomen en tuinen. Vooral knotwilgen, fruitbomen en andere oudere bomen bieden nestplaatsen en beschutting. In de winter zoeken mezen actief naar voedsel en zijn ze vaak te vinden bij vetbollen of pindanetjes.
Wie goed kijkt, ziet vaak dat koolmezen wat dominanter zijn bij een voederplek, terwijl pimpelmezen iets behendiger zijn en ook in dunne takjes hun voedsel zoeken.
Boerenland en erfvogels
Op de derde plaats in de telling staat de kauw, gevolgd door soorten als ekster en houtduif. Dat zijn vogels die typisch horen bij het boerenland en bij erven.
Kauwen zijn sociale vogels die vaak in kleine groepjes rondtrekken. Ze broeden graag in holtes: in oude bomen, schoorstenen of gebouwen. In een gebied met veel boerderijen en schuren – zoals langs de Weipoort – vinden ze volop geschikte plekken.
De ekster is een andere bekende verschijning in het polderlandschap. Met zijn zwart-witte verenkleed en lange staart is hij nauwelijks te missen. Eksters zijn slimme en opportunistische vogels die zich goed aanpassen aan het leven dicht bij mensen.
De huismus blijft aanwezig
Opvallend in de telling is ook het relatief hoge aantal huismussen. In één van de tuinen werd zelfs een groep van negen mussen tegelijk gezien. Dat laat zien dat deze soort nog steeds aanwezig is in het gebied.
Huismussen zijn echte dorpsvogels. Ze leven graag rond huizen en boerderijen waar ze nestplaatsen vinden onder dakpannen of in schuren. Dichte heggen en struiken zijn belangrijk omdat ze daar veilig kunnen schuilen.
In veel Nederlandse steden is de huismus de laatste decennia sterk achteruitgegaan. Dat ze in de Weipoort nog regelmatig voorkomen, heeft waarschijnlijk te maken met de combinatie van erven, tuinen en groen.
Nieuwe buren: de halsbandparkiet
Een opvallende verschijning in de telling is de halsbandparkiet. Deze felgroene vogel met zijn scherpe roep is een relatief nieuwe soort in Nederland. Oorspronkelijk komt hij uit Zuid-Azië en Afrika, maar inmiddels heeft hij zich in verschillende Nederlandse steden gevestigd.
Vanuit grote populaties in onder andere Den Haag en Leiden breiden de parkieten zich langzaam uit naar omliggende gebieden. Ook in de regio Zoeterwoude worden ze steeds vaker gezien.
De parkieten broeden in holtes van oude bomen. Dorpslinten met grote bomen, zoals langs de Weipoort, vormen daarom een aantrekkelijk leefgebied.
Typische wintergasten in de tuin
Naast de grotere groepen zijn er ook veel soorten die meestal alleen of met een paar exemplaren tegelijk verschijnen. Denk aan roodborst, winterkoning, heggenmus en merel.
Dit zijn vogels die vooral leven van insecten, kleine zaden en bessen. In de winter zoeken ze vaak beschutting in tuinen waar struiken en bodembedekking aanwezig zijn.
De roodborst is daarbij een opvallende verschijning. Veel mensen denken dat ze altijd dezelfde vogel in hun tuin zien, maar vaak gaat het in de winter juist om roodborsten uit Noord-Europa die hier overwinteren.
Water en polder
De aanwezigheid van soorten als waterhoen, meerkoet en wilde eend laat zien hoe belangrijk de vele sloten en watergangen in de Weipoort zijn. Het lint ligt in een klassiek polderlandschap met veel water. Daardoor komen ook deze soorten dicht bij de tuinen voor.
Daarnaast werden er ook enkele grotere vogels gezien, zoals een buizerd en een ooievaar. De buizerd hoort thuis in het open poldergebied en is vaak te zien terwijl hij op een paaltje of in een boom uitkijkt naar prooi.
De ooievaar is tegenwoordig in de regio weer een vertrouwde verschijning. Dankzij herintroductieprojecten en beschermingsmaatregelen is deze soort sterk teruggekeerd.
Roofvogels en spechten
Een bijzondere waarneming is de sperwer. Deze snelle roofvogel jaagt vaak juist in tuinen waar veel kleine vogels samenkomen. Een plotselinge aanval van een sperwer kan ervoor zorgen dat alle vogels in één keer verdwijnen.
Ook twee soorten spechten werden genoteerd: de grote bonte specht en zelfs de kleine bonte specht. Dat wijst erop dat er in het gebied voldoende oudere bomen staan waarin deze soorten voedsel en nestplaatsen vinden.
Een rijk lintlandschap
Als je alle waarnemingen samen bekijkt, ontstaat een duidelijk beeld. De Weipoort vormt een bijzonder landschap waar verschillende leefgebieden samenkomen: tuinen, erven, bomenrijen, sloten en open weilanden.
Juist die afwisseling zorgt ervoor dat er relatief veel verschillende vogelsoorten voorkomen. De tuinvogeltelling laat zien dat zelfs een half uur kijken vanuit je eigen tuin al een verrassend rijk beeld kan opleveren.
Misschien is dat wel de mooiste conclusie van deze telling: de natuur begint vaak gewoon voor de voordeur. Wie even stil staat, ziet dat de Weipoort niet alleen een bijzonder stukje landschap is voor mensen – maar ook voor vogels.
