Onrust in de Weipoort duurt voort nu uit het Leidsch Dagblad blijkt dat de wethouder al in januari een voorstel naar de Raad stuurt.

“Ik moet de raad een keuze voorleggen”. Wethouder Beekhuizen zal goed werk moeten leveren en als er een keuze te maken is, dan betekent dat de gemeenteraad zo goed als mogelijk geïnformeerd moet worden. “Als voormalige raadslid in Alphen aan den Rijn snap ik dat uitgangpunt en juich het toe dat er een voorstel komt en dat ze niet direct aan de slag gaan”, stelt buurtbewoner Henk Oostdam, “ik ben dan ook erg benieuwd naar het voorstell. Als er wat aan de paden wijzigt dan tast dat het beeld van het landschap en de cultuurhistorische waarde aan en dat is in strijd met de provinciale regels”.

De provincie Zuid-Holland beschouwt de Weipoort met haar historische kerkepaden als een zogenoemd kroonjuweel: een gebied dat vanwege zijn cultuurhistorische waarde en unieke landschappelijke karakter extra bescherming verdient. Deze oude paden – ooit de belangrijkste route naar de kerk – vertellen de geschiedenis van het veenweidegebied en vormen samen met het open landschap een herkenbaar en kwetsbaar erfgoed. In de provinciale regels staat daarom dat nieuwe ingrepen alleen zijn toegestaan als ze het karakter van het gebied volledig respecteren.

Al sinds 2010 hanteert de provincie daarbij een duidelijke lijn: ontwikkelingen die de kernkwaliteiten van een kroonjuweel aantasten, zijn in principe niet toegestaan. Alleen wanneer er een groot openbaar of maatschappelijk belang speelt, en er geen beter alternatief is, mag van dit uitgangspunt worden afgeweken. Zo wordt geborgd dat de Weipoort en haar kerkepaden niet stukje bij beetje verdwijnen, maar behouden blijven als waardevol landschap voor bewoners, wandelaars en toekomstige generaties.

Wat de Weipoort en haar kerkepaden extra bijzonder maakt, is de zo geheten morfologie van het oude veenweidelandschap, die hier nog uitzonderlijk goed herkenbaar is. De kerkepaden voeren over oude afzettingswallen die op verschillende plekken in de polder zichtbaar zijn als lichte verhogingen in het maaiveld die ontstonden door afzetting van klei in de kreekjes en stroompjes in het stroomgebied van de Rijn. Het inklinken van het veen heeft deze afzettingen zichtbaar gemaakt in het landschap. Juist deze fysieke sporen maken de historische routes zo uniek — ze zijn niet alleen cultureel erfgoed, maar ook levende landschapsrelicten die de geschiedenis van de Weipoort letterlijk in het terrein leesbaar houden.

Ook elders in Nederland is duidelijk dat kerkepaden eerst zorgvuldig cultuurhistorisch moeten worden onderzocht voordat ingrepen worden overwogen. Zo liet de gemeente Goeree-Overflakkee een volledig cultuurhistorisch onderzoek uitvoeren naar haar kerkepaden, inclusief inventarisatie, waarde stelling en aanbevelingen voor bescherming. Ook academisch onderzoek – zoals de studie naar de Walcherse kerkenpaden – bevestigt dat deze routes belangrijke landschappelijke en historische structuren zijn, waarin het verloop, het gebruik door de gemeenschap en de fysieke sporen in het landschap centraal staan. Die aanpak sluit aan bij bredere erfgoedpraktijk: historische paden worden beschouwd als herkenbare landschapselementen die alleen verantwoord kunnen worden aangepast wanneer hun waarden eerst helder in kaart zijn gebracht. Voor de Weipoort en haar kerkepaden ligt eenzelfde zorgvuldige benadering voor de hand.