Wie denkt dat de Groote Molen er “gewoon altijd al stond”, vergist zich. Achter dat vertrouwde silhouet schuilt een verhaal van strijd tegen het water, van drie opeenvolgende molens, van stormen die alles verwoestten en mensen die het telkens weer opbouwden. Vierhonderd jaar geschiedenis klinkt indrukwekkend — maar het echte verhaal is nog veel ouder, en eerlijk gezegd ook spannender dan je misschien verwacht. De vraag is niet zozeer hóe oud de molen is, maar waarom hij er, tegen alle verwachtingen in, nog steeds staat.

De Groote Molen is een begrip in de Weipoort en daarbuiten. La Grande Dame, hoewel je dat van een molen eigenlijk niet kan zeggen. Ooit hield ze een van de eerste polders van Holland droog. Dit jaar bereikt de Molen de respectabele leeftijd van 400 jaar.
De Groote Molen is een wipmolen gebouwd ten behoeve van de bemaling van de Grote Polder. Voor een wipmolen is het een forse molen met een vlucht van 25 meter. Desalniettemin is het de lichtvoetige gratie van de wipwatermolen die het beeld bepaalt. Alsof zij, ondanks haar kracht en taak, het landschap slechts raakt in plaats van draagt. Met haar ranke lijf en hoog geplaatste kap lijkt zij voortdurend in gesprek met de wind, die haar wieken niet zozeer aandrijft als wel verleidt tot bewegen. En terwijl het water onder haar voeten gestaag wordt opgevoerd en verplaatst, tekent zij zich af tegen de Hollandse lucht als een stille wachter — een baken van evenwicht tussen mens en natuur, tussen beheersing en overgave.
Genoeg lyriek! De huidige Groote Molen is, dat moet gezegd, de derde molen die de Groote Polder bemaalde, en de tweede op deze locatie. De eerste molen op deze polder dateerde uit 1485, de tweede uit 1545. De derde — de molen die er vandaag nog staat — werd gebouwd in 1626. De exacte datum waarop de molen haar taak begon, is in de nevelen van de geschiedenis verhuld. De continuïteit van bemaling op deze plek strekt zich over meer dan vijf eeuwen uit, en dat is een opmerkelijk feit in de Nederlandse waterstaatsgeschiedenis.
De molen was vanaf de bouw eigendom van de Groote Polder zelf — een directe waterstaatkundige eigendomsconstructie. De polder was toen ter tijd een functionele gemeenschap van (land) eigenaren die samenwerkten om droge voeten te houden. Van formele instituten was toen nog geen sprake. Het water dwong de mensen om samen te werken. De landeigenaren kozen uit hun midden een bestuur, dat de dagelijkse zaken afhandelde en werkgever was voor de molenaar. In 1973 kwam na 489 jaar een einde aan de zelfstandigheid van De Groote polder. In dat jaar werd een polderconcentratie doorgevoerd waarbij verschillende polders in één waterschap werd georganiseerd. Na verschillende tussenstappen is de polder vandaag de dag onderdeel van het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Technische ontwikkelingen door de eeuwen
Bijna drie eeuwen had de molen een houten bovenas. Pas in 1917 bestelde molenmaker J.C. Vreeburg bij molenmakerij Ten Zijthoff in Deventer een geheel nieuwe gietijzeren bovenas, die maar liefst ƒ 1700,— kostte — vermoedelijk vanwege de door de Eerste Wereldoorlog sterk gestegen prijzen van ijzer en andere grondstoffen.
Vreeburg stak deze as op een voor die tijd bijzondere wijze: de buitenroede werd op de grond door de as gestoken, vast-gewigd en vervolgens in één beweging met as en al naar boven getrokken. Deze opmerkelijke takelklus werd uitgevoerd door slechts tien personen.
Oorspronkelijk was de molen uitgevoerd met een scheprad buiten de molen. In 1953 vond een ingrijpende mechanische aanpassing plaats: het scheprad werd verwijderd en in de achterwaterloop werd een vijzel aangebracht. Het maaiveld in de polder (de bovenkant van de landerijen) was in de loop der jaren zoveel gedaald, dat het oorspronkelijk scheprad geen tasting’ meer had. Met een vijzel kon de molen dieper malen. Gelijktijdig met het aanbrengen van de vijzel werd een Deutz dieselmotor als hulpkracht in de molen geplaatst. Zo was de polder voor bemaling niet alleen meer afhankelijk van de wind.
Seinmolenfunctie (19e–20e eeuw)
Een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van de molen is zijn rol als seinmolen. De polders ten zuiden van de Rijn en langs de Gouwe waren onderworpen aan een maalpeil om overstromingen te voorkomen. Als de waterstand in de boezem te hoog werd ontstond overstromingen gevaar, en mocht er geen water meer uit de polders worden uitgemalen. De molenaar van de Groote Molen moest zich vanaf 1862 aan de seingeving houden. Overdag werd daartoe een zwart-wit-zwarte vlag aan de rechtopstaande wiek gehesen; ’s nachts een heldere lantaarn. In 1899 viel de molen onder het sein van de seinpaal van het stoomgemaal van de Geer- en Kleine Blankaartpolder.
Einde actieve polderbemaling (1966–1972)
De molen bemaalde tot 1966 de Groote Polder (circa 520 ha, opvoerhoogte 1,50 m) voornamelijk op windkracht. Na 1966 draaide de molenvijzel alleen nog op de diesel. Dat duurde tot 1972, toen vanwege de aanleg van een groot industrieterrein de Kopperwetering, waarop de molen uitmaalde, werd afgedamd. De Groote Polder wordt sindsdien bemalen door een elektrisch gemaal dat op een geheel andere plaats staat en uitslaat op de Meerburger Wetering.
De storm van 1973 en eigendomsoverdracht
Op 2 april 1973 trok een zware storm over Noord- en Zuid-Holland. In dit geweld brak de koker van de molen af en werd het bovenhuis met wiekenkruis en al volkomen vernield. Het eigendom werd in datzelfde jaar overgedragen aan de Rijnlandse Molenstichting.
Restauratie (1975–1976)
In 1975/’76 werd de molen, inmiddels eigendom van de Rijnlandse Molenstichting, maalvaardig hersteld. Bovenhuis en koker moesten geheel nieuw; ook werden een tweedehands as en nieuwe roeden gestoken. De restauratie werd op initiatief van molenmaker Hans van Beek op de ouderwetse manier uitgevoerd — met rechtmast en lier, zonder kraan.
De molen onderging daarbij een opvallende transformatie: het vroeger blauwgrijs geverfde bovenhuis werd geheel zwart geteerd. Waterstaatkundig moest er ook een maalcircuit worden aangelegd, want niet alleen de Kopperwetering was afgedamd, maar ook de voorboezem was grotendeels vergraven. Sindsdien maalt de molen in circuit — hij pompt het water slechts nu rond. De zwarte teerkleur beviel niet en al in 1980 keerde de blauwgrijze kleur met brede witte bies terug.
Onderhoud in de 21e eeuw
Medio 2016 werd de molen tijdelijk stilgezet omdat de buitenroede van binnenuit zodanig was verroest dat er gevaar dreigde dat deze zou breken bij het malen. Daarom werd in 2017 een nieuwe buitenroede gestoken. In 2018 werd het groot onderhoud vervolgd: de kap van de molen werd gedekt met rubberfolie (EPDM) en het zijbeschot van het molenhuis werd deels vernieuwd.
Molenaars door de eeuwen

De bekende molenaars van de Groote Molen gaan terug tot circa 1705. Van Wilhelmus Outshoorn (ca. 1705) via opeenvolgende families als Van Heusden, Hillenaar, Geleveen, Slootweg, Van den Berg, Van Rijt en Onderwater, tot aan de laatste beroepsmolenaar Leo Onderwater (1966–1972), die niet meer op windkracht maalde maar uitsluitend met de diesel. Vandaag de dag wordt de molen op vrijwillige basis in bedrijf gehouden door molenaar Pieter Hellinga. Met een “diensttijd” van inmiddels al meer dan 40 jaar is hij zeker geen vreemde in de buurt.
Molenaar Pieter Hellinga moest even nadenken toen hem werd gevraagd wat het molenaarsvak zo mooi maakt. Zijn antwoord raakt aan veel meer dan alleen draaiende wieken. Het begint voor hem bij weer, wind en vooral water — “het water zit me in m’n bloed.” Daarna volgt de polder, en in het bijzonder de Groote Polder, als voorbeeld van hoe mensen hier al eeuwenlang het landschap vormgeven en bevechten. Daarbij hoort volgens hem ook het waterbestuur, met Hoogheemraadschap van Rijnland als oud maar nog altijd springlevend instituut. En uiteindelijk komt alles samen in de molen zelf: de techniek, de kracht van de wind en het vernuft waarmee natuurkrachten worden benut. “Ik ben er in zekere zin mee vergroeid,” zegt hij — een mooier samenvatting van vakmanschap en verbondenheid is nauwelijks denkbaar.
Monumentstatus en heden

Sinds 1968 is de molen een rijksmonument. Hij is nog altijd maalvaardig — zij het in circuit — en is te bezoeken op de eerste zaterdag van de maand. De molen staat op Molenpad 9.
De nieuwbouw van het viaduct wordt door De Molenstichting gezien als een mooie kans. Ze heeft bij Gemeente en Provincie een plan ingediend om de molen weer op de boezem aan te sluiten. De molen zou dan weer een bijdrage aan de bemaling van de polder kunnen leveren. Het idee is, dat de wegsloten langs de opritten het viaduct over de N11 benut kunnen worden voor die verbinding. Door deze langs de oprit naar het viaduct op boezem peil te brengen kan het opgebrachte water langs de N11 naar de Weipoortse Vliet. Daarmee zou het waterbeheer gediend zijn en is er ook een bestendige toekomst voor de molen.
Kortom: de Groote Molen vertegenwoordigt een ononderbroken reeks van meer dan vijf eeuwen waterbeheer op dezelfde locatie, met de huidige molen uit 1626 al 400 jaar een tastbaar en nog immer functionerend bewijs daarvan.
Met dank aan Pieter Hellinga, voor de feiten check.
